Oogstjaar, gehinderd door corona, regen en een spook

Verslag van Wim Oudejans:

In de atletiek worden leeftijdsklassen gehanteerd van 5 jaar. In mei van dit jaar werd ik 75, dus viel ik vanaf dat moment in de klasse van 75 t/m 79 jaar, ofwel M75+. Zeker bij hogere leeftijden zie je dat de beste tijden en zeker ook records behaald worden in het eerste jaar van een nieuwe klasse. Voor mij moest daarom 2020 een oogstjaar worden. Een verschil met mijn vorige oogstjaar, 2015 toen ik 70 werd, is dat ik mijn zinnen niet alleen op nationale titels gezet had, maar ook op verbetering van Nederlandse records. Ik dichtte mij de grootste kansen op die records toe op de 1500 m en vooral de 10.000 m, en misschien zelfs nog op de 800 m.

De Nederlandse Baankampioenschappen voor Masters (vanaf 35 jaar) worden altijd in juni gehouden. Dit jaar zouden deze in het Fanny Blankers Koen stadion in Hengelo gehouden worden. Doch nog voor de inschrijftermijn was geopend, werden deze wedstrijd vanwege Corona al afgeblazen. Hetzelfde lot was beschoren voor de Keistad Baancompetitie, waar altijd een 1500 m in opgenomen is.
Gelukkig besloot zowel de Atletiekunie als ook AV Triathlon dat beide toernooien alsnog in 2020 gehouden konden worden. De Nederlandse Baankampioenschappen op 3 en 4 oktober en de Baancompetitie op 3 avonden in september en oktober. Deze twee toernooien pasten mij prima, omdat op dinsdag 29 september de 1500 m in Amersfoort op het programma stond en op zaterdag 3 oktober in Hengelo. Twee kansen dus op deze afstand. Al een heb ik geschreven over de geslaagde poging om het record op die 1500 m in Amersfoort te veroveren. Door dit resultaat kon ik mij in Hengelo sparen op de 1500 m van zaterdag, mij beperken tot het behalen van het Nederlands kampioenschap op die afstand en mij dus concentreren om op zondag 4 oktober het record op de 10.000 m te aan te vallen. Een ideaal scenario.

Onderstaande foto’s zijn van die 1500 m: een van mijn finish en een foto waarop de oudste (75) en de jongste (11) deelnemer van de baancompetitie staan. Die jongste deelnemer is Milana Oortjes, ook van AVN. Wij liepen die 1500 m in dezelfde serie, waarbij de speaker dit leeftijdsverschil van 64 jaar een heel mensenleven noemde. Overigens was Milana sneller dan ik.
Mijn tijd van 5’ 55,35” is tot nu toe in 2020 de snelste tijd door een Europeaan in deze klasse gelopen.

    

De Coronabesmettingen liepen inmiddels alweer erg op. Op de maandag voorafgaand aan de 1500 m hield het kabinet weer een persconferentie waarop extra maatregelen werden afgekondigd. Mijn vrees voor het afblazen van het NK in Hengel verdween toen ik de volgende dag een mail van de Atletiekunie kreeg met een protocol, aangepast aan de nieuwe maatregelen. Groot was daarom mijn teleurstelling toen het NK op woensdag alsnog afgelast werd. Dit oogstjaar geen twee “zekere” titels en weg kans om een aanval te doen op het Nederlands record op de 10.000 m.

Ik ben niet helemaal bij de pakken neer gaan zitten en heb op de site van de Atletiekunie gezocht of er toch nog baanwedstrijden waren op de 10.000 m. En jawel, op vrijdagavond 9 oktober in Rotterdam en ook op vrijdagavond 23 oktober in Hoogeveen. Echter beide wedstrijden waren vol, zodat de inschrijvingen gesloten waren. Beiden zetten mij echter op de wachtlijst en warempel, op 7 oktober kreeg ik te horen op de startlijst van Rotterdam geplaatst te zijn.
Peter Bokkers en mijn zoon Nils (vanuit België!!!) waren zo vriendelijk om mij in Rotterdam te coachen. Ik zou in de laatste van 4 series om 21.20 uur starten. De weersvoorspellingen gaven rond die tijd regen aan. Al om 19.00 uur was op buienradar te zien dat het rond 21.00 uur hard zou gaan regenen in Rotterdam, maar echt bevreesd was ik daar niet voor. Echter de rode kleur op buienradar werd groter en ging richting paars. Tijdens de 3e serie rond 21.00 uur was er sprake van een ware wolkbreuk. Zo’n 10 van de circa 30 deelnemers stapten uit. Van de ook circa 30 deelnemers van de 4e serie waren er 12 die niet eens startten. Deze foto is genomen toen ik al liep. Nog niet eens de keiharde regen was het grootste probleem, maar wel de dikke waterlaag die op de baan bleef staan. Na 10 meter had ik al kletsnatte voeten.

Er was echter een voor mij nog veel groter probleem. Bij de aanvraag voor erkenning van mijn Nederlands record moest ik onder andere een zogenaamde nulfoto en een finishfoto overleggen. De nul- of startfoto wordt genomen als het startschot klinkt en is gekoppeld aan het startpistool. Ervaringsdeskundige Cees Stolwijk, veelvoudig Nederlands-, Europees en Wereldrecordhouder, vertelde mij dat voor erkenning van een record strenge eisen gelden. Een door hem gelopen Europees record is nooit erkend omdat er geen nulfoto was gemaakt. Nog tijdens de 3e serie viel voor een paar seconden het licht uit. Gelukkig bleef de elektronische tijdwaarneming wel doorlopen. Toen de lopers van mijn serie opgeroepen werden, kwamen de mensen uit de tijdwaarnemingscabine naar buiten: het startpistool deed het niet. Een van die mannen zei vervolgens dat hij ons niet langer stil liet staan in die plenzende regen en hanteerde de ouderwetse, verbale startprocedure: “gereed maken…, klaar…, start.
Vanaf deze start spookte de nulfoto en de ervaring van Cees Stolwijk door mijn hoofd: ik zou maar onder het Nederlands record lopen en dat record vervolgens niet erkend zou worden. Het lukte mij niet om dat spook uit mijn hoofd te krijgen. Ondanks de kletsnatte baan, liep ik de 1e kilometer 10 seconde onder het recordschema, eigenlijk te snel. De 2e en 3e kilometer gingen qua tempo op dat van het record. Elke keer als ik Nils passeerde, overwoog ik bij hem te stoppen en te vragen of hij wist of er toch nog een nulfoto gemaakt was. Na 3,5 km ben ik uiteindelijk even bij hem gestopt. Nils had geen idee waar ik het over had. Peter ook niet. Toen heeft Nils de vraag aan een van de juryleden gesteld. Toen ik na 400 m Nils weer passeerde, zei hij: “doorgaan”. Ik dacht toen: dat is geen “ja”. Ook hierna lukte het mij niet het spook uit mijn hoofd te verdrijven. Mijn kilometertijden liepen langzaam op. Halverwege op 5 km was mijn voorsprong op het recordschema gewijzigd in een kleine achterstand. Bovendien begon de mij bekende blessure aan bil/hamstring op te spelen. Voor mijzelf wist ik zeker dat ik met die oplopende kilometertijden nooit een tweede helft sneller zou lopen. Wat mij nog nooit overkomen is, gebeurde toen: ik besloot uit te stappen. Recordpoging mislukt, terwijl ik mijzelf aanmerkelijk grotere kansen toegedicht had het record op de 10.000 m te verbeteren dan dat op de 1500 m.
Overigens lukte het Cees Stolwijk wel om het Nederlands record in de klasse M70+ te verbeteren.

Ik verbaasde mijzelf een beetje, door niet zo erg teleurgesteld te zijn na deze mislukte poging. Wellicht kwam dat omdat ik in Hoogeveen op 23 oktober misschien een herkansing zou krijgen. Echter, na de strengere maatregelen tegen corona van 13 oktober, werd ook deze wedstrijd gecanceld.
Op 13 oktober werd zo ongeveer tijdens die persconferentie nog de 800 m in Amersfoort gelopen, de laatste afstand van de baancompetitie. Hoewel mijn kansen hierop kleiner waren om het Nederlands record te verbeteren, ging ik er natuurlijk wel voor. Met 2’ 57,19” kwam ik 1,6 seconde te kort.
Tenslotte had ik nog een doel voor dit oogstjaar op mijn lijstje: de 10 km op de weg. Dit record staat scherper dan het baanrecord. Hiervoor had ik mijn zinnen gezet op de Zandeplasloop in Nunspeet. Hier loop ik de laatste 5 jaar altijd heel goede uitslagen. Echter, 7 november valt nog binnen de periode van 4 weken gedeeltelijke lock down, dus die loop zal ongetwijfeld ook afgelast worden.

Zo is er een eind gekomen aan mijn oogstjaar. De twee Nederlandse titels op de 1500 m en 10.000 m waren “zekerheidjes”, gelet op de tijden van de concurrentie in de klasse M75+. Het niet verbeteren van het Nederlands record op de 10.000 m is erg jammer. Het Nederlands record op 1500 m is echter meer dan een troostprijs. Dit record beschouw ik als een hoofdprijs in een verder mislukt oogstjaar. Wel neem ik de ervaring mee van een verregende 10.000 m en vooral het lopen met een spook in mijn hoofd. Zeker in vergelijking met de geweldige 1500 m, is voor mij de invloed nog duidelijker geworden van focussen op en concentratie tijdens een wedstrijd.